Hillwalk Stories: Wandelend over de Burren Way in Ierland

door mei 28, 2020

Sinds een paar jaar hebben we het wandelen in Ierland ontdekt. Wij –Leo en Carla Wijnhoven- zijn wandelfanaten. Na 2x Santiago de Compostella gedaan te hebben, wandelend van Assisi naar Rome, de Hadrian’s Wall en nog een paar vergelijkbare vakanties, zowel als de 4-daagse van Nijmegen die wij in onze broekzak hebben zitten, is onze keus een paar jaar geleden gevallen op Ierland.

Waarom Ierland? We zijn sinds jaar en dag gecharmeerd van de muziek, de mensen en de Ierse natuur. Dus hebben we verleden jaar via Hillwalk Tours onze vakantie geboekt, om met vier man deze keer de Burren Way te lopen. Eind augustus leek ons een prima tijd, want eerder zijn we ook in Ierland geconfronteerd geworden met niet bestendig weer, dus dit keer zouden de weergoden weleens in ons voordeel kunnen beslissen. Zo gezegd, gedaan. Waarom Hillwalk-tours? Uit de recensies bleek dat veel mensen hier een prima ervaring mee hadden. Dat wilden we zelf ook wel eens ervaren. Dus boekten we van 17 augustus tot en met 27 augustus.

Dag 1

We hebben er voor gekozen om zelf de vlucht en één overnachting te doen in een B&B in Dublin. Aankomst in Dublin op zondag 17 augustus. Reizen op zondag in Ierland geeft problemen, omdat de trein, maar ook de bus niet of nauwelijks rijdt. De zondag gebruikten wij om Dublin een beetje te verkennen, lekker uit eten te gaan en ons voor te bereiden op de bustocht naar ons startpunt in Liscannor. Wij hadden de bus niet op internet geboekt en de mensen in Dublin wisten ons uitstekend de weg te wijzen naar het busstation. Nee dus, want er blijken diverse busondernemingen te zijn binnen Dublin die naar Liscannor gaan. De bustocht zou zo’n 6 uur duren om van oost naar west Ierland te reizen.

Dag 2

Op maandag stappen we op. Uit navraag blijkt dat onze bus niet verder gaat dan Ennis. We vragen aan de buschauffeur het vertrekpunt van de bus naar Liscannor. Dit stadje blijkt nog 35 km verderop te liggen en naar nu blijkt vertrekt deze bus pas laat in de middag om rond de klok van zevenen aan te komen in Liscannor. Dan moeten we de B&B nog weten te vinden en daarna nog een keer eten. Dat vinden we veel te laat en charteren een taxi die ons voor € 50,- naar Liscannor wilt brengen. Vervelend dat de taxichauffeur zich verkijkt op de reistijd en wanneer we de meter steeds verder zien oplopen in de auto, wordt het pijnlijk duidelijk dat de € 50,- te weinig is voor deze rit. De chauffeur zet ons af voor de B&B en we besluiten de chauffeur een tip te geven die richting zijn bedrag op de meter nadert. Zo komen wij bij Sea Heaven B&B aan, waar een keurige kamer op ons wacht en vriendelijke mensen ons de weg wijzen naar de weinige pub’s die Liscannor rijk is. Onze eerste vakantiedag zit erop. Veel reizen, veel kilometers en veel indrukken van wat we tegemoet kunnen zien. Het is droog weer en niet te warm.

Dag 3

We kijken er naar uit…, de Kliffen van Moher. In menig Ierse song bezongen en als Ierland fan moet je deze een keer gezien hebben. Het is niet te geloven, we hebben een straffe wind en de regen klettert al heel vroeg tegen de ramen. Geen punt, dit wisten we. Het kan in Ierland regenen. Onze poncho’s maar direct aangedaan en stappen maar. Het pad voert verder omhoog en op een gegeven moment komen we uit op smalle paadjes bij het zuidelijkste gedeelte van de Kliffen. Tjé…., een mooi moment voor een foto en we weten dat er nog vele momenten komen. Jammer is dat de regen het zicht bij deze kliffen beïnvloed , wat te zien is aan de foto’s.

Toch maar voldoende nemen en thuis kijken welke de mooiste zijn. Eén voordeel hebben we blijkt later, namelijk dat er minder toeristen zijn en op het smalle pad welke langs of op de kliffen loopt, is het beter elkaar te passeren. Zeker met de poncho’s aan. Het is adembenemend om te zien hoe de kliffen meer dan 200 meter stijl omhoog rijzen en met de vele regen die we vandaag ondervinden, zie je ook niet hoe diep de plassen zijn. Al spoedig lopen we te soppen in onze schoenen en ik kom lelijk te vallen op een van de gladde stenen. Nog geen kilometer verder valt Carla ook nog een keer, dus oppassen hoe je je voeten zet op de gladde en natte paden. Doordat je 10 km langs de kliffen loopt, loop je ook verder van de verzamelplaats af, waar toeristen met bussen worden uitgeladen. Het wordt steeds rustiger lopen en in de loop van de dag wordt het wat droger. Zou het dan toch nog gaan lukken, droog in Doolin en de B&B aan te komen. We verheugen ons op Doolin, die omschreven staat als dorpje waar de meeste livemuziek gespeeld wordt in de pub’s. We gaan nadat we droge kleren aangetrokken hebben op weg, maar nergens iets van livemuziek te ontdekken. Een desillusie, want vorig jaar in Kenmare en Killarney hadden we bij iedere pub wel een muzikale begeleiding. Toch maar eten hier en een lekker biertje drinken, want na een natte dag hebben we die toch wel verdiend.

Dag 4

Van Doolin naar Fanore. Vandaag is het al niet veel beter gesteld met het weer. Nee sterker nog… het is ‘hosen’ zoals ze dat in Nederland zeggen. We vertrekken vroeg met regen, in de veronderstelling dat het één bui is. Nou, dat was het. Een bui van een hele dag, waarbij de regen onafgebroken als een koude douche over ons uit werd uitgestort. Na 2 uur lopen zagen we een grote schuur die open stond. Het bleek een paardenfokkerij te zijn. Hier hebben we even bijgetankt, wat gegeten en de natte schoenen weer opdracht gegeven het pad te vervolgen. We kijken vanaf de berg Slieve Elva op de prachtige Atlantische kust, maar zien de Araneilanden door de regen niet liggen.

Dan maar weer door en ondertussen zijn we ons ervan bewust dat de regenkleding die we aan hebben onvoldoende bescherming biedt tegen de natte wind- en regenvlagen die we moeten trotseren. Het gevoel wat opkomt bij ons is er een van: “Jammer dat we dit hebben, het had mooier gekund”. Die middag vinden we in het desolate landschap nog een open hooiberg, die ons voor even beschutting kan bieden. Genietend van wat we bij ons hebben, eten we rustig en tanken een beetje bij. Maar het onvermijdelijke komt er toch aan… de vraag van: “Jongens, zullen we weer verder gaan?” We volgen de bewegwijzering, die hier goed aangegeven staat, en naderen het dorpje Fanore. Even is er verschil van inzicht, want Fanore ligt pal aan de kust en je moet hier even van de trail af om er te komen. In Fanore, wat een dorpje van 201 inwoners is, vinden we al gauw onze B&B. Een uiterst vriendelijke eigenaar wacht ons op en geeft ons hier het gevoel van: “Hier kun je rusten, hier is het droog en geniet even van alles wat je vandaag hebt meegemaakt”. Dat was voor de een wat meer, voor de ander wat minder. Maar we wisten het… in Ierland is alles mogelijk, zelfs een stortdouche van een hele dag over je heen te krijgen. We eten lekker uitgebreid in de plaatselijke pub en genieten van wat Ierland ons te bieden heeft op dit moment. Onze schoenen zet ik ondersteboven in het raamkozijn, maar schrik na het eten van de enorme plas water die ik op de vloer zie liggen. Dat kan toch niet de bedoeling zijn. We vragen een betere plaats om onze schoenen te laten drogen.

Dag 5

Het ontbijt is goed, de eigenaar een geweldige man die het leven zonnig inziet ondanks zijn hoge leeftijd. Zijn vrouw is ziek geweest en hij verzorgt haar, zonder dat onze service eronder lijdt. We hebben ervoor gekozen om hier 2 nachten te blijven en beginnen met een “lang zal ze leven” omdat Carla hier haar verjaardag mag vieren. Ook het weer is wat opgeknapt en het is droog. Daar gaan we voor. Na eerst in het plaatselijke winkeltje een lekkere koek gehaald te hebben, zorgt onze eigenaar voor extra koffie om de verjaardag te vieren. We besluiten de Black Head te lopen, wetende dat Mary Black het enorme mooie nummer ‘song for Ireland’ zingt en een ode brengt aan deze plaats: “Walking all the day near tall towers where falcons build their nests. Silver winged they fly, they know the call of freedom in their breasts. Soar Black Head against the sky”. Op de kop van de Black Head pakken we elkaar vast en proberen deze song uit volle borst mee te zingen. Wat een enorm goed gevoel bekruipt je dan, dat je dit mag meemaken. Ierland, zo puur te zien en te mogen kijken op de Galway-baai, met achter je de uitlopers van het Karstplateau. We gaan met droog weer terug en genieten in de pub van alles wat dit dorpje te bieden heeft. (jammer geen livemusic). Na het eten wandelen we gezamenlijk nog even naar het plaatselijke kerkhof die mooi van eenvoud is. Hier komen we graven tegen van meer dan 300 jaar oud. Hier heeft men het niet over ‘ruimtegebrek’. We kijken naar omhoog en zien de weg lopen die we morgenochtend zullen gaan. Hopelijk is het dan droog.

Dag 6

Het is droog, en we zijn allemaal goed gehumeurd om de dag te beginnen. De eigenaar van de B&B zet ons af bij de splitsing waar wij eergisteren de afslag moesten nemen naar Fanore. Op Slieve Elva, draaien we ons nog eenmaal om, om het zicht op de Atlantische Oceaan voor het laatst te zien. We wandelen richting de Cahervallei, waar het landschap adembenemend mooi wordt. Hier zien we wat de grond heeft gedaan met het Karstplateu, (300 km2) nadat het water tussen de zachte bodem weggelopen is. Diepe sleuven in het zachte gesteente worden achtergelaten en de grond daartussen in is verantwoordelijk voor een zeer vruchtbaar gebied.

We zijn op weg naar Ballyvaughan en worden vergezeld door een lieve hond die kilometers met ons meeloopt. Wanneer we rusten, rust hij. Wij passeren het 16e-eeuwse Newtown Castle, die op dat moment open is. Hier drinken we wat en beklimmen de toren, wat ons een prachtig uitzicht geeft van de wijde omgeving. We passeren velden en moerasgebied en op een gegeven moment zijn we de weg kwijt. We staan voor een meertje, zo dachten wij. Maar niets is minder waar. We proberen de weg op te pakken en worstelen ons door dichte bosjes, maar komen iedere keer weer op het water uit. Na rijp beraad besluiten we de schoenen maar uit te doen en door het water heen te lopen op blote voeten, in de volle overtuiging dat het ondergelopen land is door de vele regen van de afgelopen dagen. Zonder droge voeten bereiken we de overkant en vinden de weg weer naar Ballyvaughan. De B&B is uiterst sfeervol en de pub’s aantrekkelijk om er even lekker te eten. Een leuk plaatsje met wat meer mensen dan die we in de afgelopen dagen zijn tegengekomen. Het is druk en het zonnetje schijnt dunnetjes. We sluiten de dag af met een lekker ijsje en als slaapmuts een goed glas Iers bier. Zo hoort vakantie te zijn.


Dag 7

Ook in Ballyvaughan worden we de volgende dag door de eigenaar van de B&B een stuk op weg geholpen. We gaan echt vandaag van de kust af en lopen het binnenland in. Een drassig- en moerasachtige omgeving ligt in ons zichtveld. Hier is de bewegwijzering wat moeilijker te vinden doordat het gebied waarin we lopen nog wordt bewerkt door turfstekers. Overal rondom je heen zie je dat er turf wordt gestoken. Dat is volgens ons de reden dat er hier en daar de bewegwijzering niet optimaal aangegeven wordt. We volgen de beschrijving die we hebben gehad van Hillwalk Tours en kunnen ook aan de platgetreden paden zien dat hier het pad wel moét lopen. Lang wandelen we niet in onzekerheid want op een gegeven moment komen de bordjes met het lopende mannetje weer in zicht. We lopen al een paar uur en van enige bemensing is geen sprake. Op een gegeven moment zien we een bordje staan met de tekst: “free selfservice”. Wij hebben in Nederland talloze boerenbedrijven die ook een optie hebben: “Rust en nu”, waar jezelf moet zorgen voor de koffie, thee of een versnapering. Ook nu dachten wij als nuchtere Hollanders dat dit eenzelfde formule was. Bij het huis waar wij “free selfservice” zien staan lopen wij naar binnen en komen op een grote binnenkeuken. Verder niemand te zien. Wel allerlei pakken met suiker, koffie en theezakjes. Wanneer wij zo rondsnuffelen, komt er een jonge dame binnen, kijkt uiterst verbaast en vraagt aan ons wat wij willen. “Geef ons maar 4 koppen koffie en misschien een koekje erbij”, brengen wij uit. De dame begint te lachen en vraagt: “U kunt wel koffie krijgen, maar hoe komt u hier binnen”. Pas toen drong het tot ons door dat dit niet de Nederlandse formule is van: “Rust en nu”, maar dat wij zomaar bij mensen naar binnen zijn gelopen om te vragen of zij koffie voor ons hebben. We hebben het netjes uitgelegd en er was koffie en thee voldoende voor ons en zelfs met een koekje. En op het moment dat wij afscheid namen en vroegen hoe de formule was en wat zij van ons kreeg, gaf zij aan dat er uitsluitend een kamer met bed verhuurd werd en geen ontbijt etc. erbij.

En de koffie kregen wij geheel gratis. Vriendelijke mensen die Ieren. We gaan verder en komen in weilandjes afgezet met muren en trappetjes. Het doet ons sterk denken aan de Hadrian’s wall, die wij eerder gelopen hebben. Talloze trappetjes en muurtjes die je over moet klimmen. Helaas hebben we er niet voor gekozen om de 6000 jaar oude Dolmen te zien, omdat deze te ver van de weg af lag. Jammer… maar eens hopen we ‘m toch nog in het echt te zien, misschien dan niet wandelend. We moeten nu een 19% helling pakken en merken dat we bij een meer aankomen. De muggen en vliegen plagen ons aanzienlijk, maar we klagen niet. Het is droog. Bij de pub aangekomen bellen we de eigenaar van de B&B. Een aardige man staat binnen een kwartier voor ons en brengt ons bij zijn thuis. We krijgen een kamer en de vrouw des huizes is wat nors. We beschikken over een bad op de kamer, maar missen de stop, zodat het water direct wegloopt. Op de vraag of de vrouw des huizes een stop voor ons heeft, krijgen we een hoop weerwoord: “Het bad is niet voor de lopers bedoeld. U mag niet te veel water gebruiken etc. etc”. We blijven bij ons standpunt dat een bad op de kamer gewoon te gebruiken moet zijn. Uiteindelijk geeft zij toe. (wij hebben dit voorval gemeld in de enquête die de Hillwalk Tours-organisatie na de reis uit laat gaan. Zij hebben dit voorval voorgelegd aan de B&B en excuses overgebracht). De man des huizes was een verschrikkelijk aardige man. Dus niets ten nadele daarvan.

Dag 8

We lopen van Carran naar Corofin en passeren de 2 grootste seizoenmeren van Noord-west Europa. In de winter stijgt hier het niveau vele meters en in de rest van het jaar zijn de meren begaanbaar voor de beperkte watersport. De dag wordt gekenmerkt door vlakten waar runderen grazen. We zitten nu boven de Castletown-rivier en zien historische ringforten en hunebedden. We kijken nog even bij de Parknabinnia Wedge tomb, een grafkelder waar meerdere mensen te graven werden gelegd. Imposant hoe men de enorme stenen zover heeft gekregen dat het dragers en een dak werden. Dit alles is vrij toegankelijk en vanaf de route goed te zien. We worden ook geraakt door de vervallen en gesloopte huisjes, die goed aangeven hoe er hier vroeger gewoond werd. De weg wordt goed aangegeven en we hoeven slechts éénmaal de kaart erbij te halen om ervan overtuigd te raken dat we beter de afslag links kunnen nemen. Die neemt ons ook mee door prachtige bossen en kleine riviertjes. Op deze manier lopen we Corofin binnen. Lekker opfrissen in de B&B bij een uiterst vriendelijke dame, die ook precies aangeeft waar de bus de volgende dag vertrekt om weer in Dublin te komen. We zijn ervan overtuigd…., het was een mooie wandeling.

 

Dag 9

We nemen de bus vroeg in de ochtend. De bus rijdt 2x per dag naar Dublin. Nog een keer moeten we overstappen in Limerick om de juiste bus te krijgen en onze overnachting in Dublin hebben we zelf geregeld. We slapen vannacht in een hotel en kunnen in de avond nog even Dublin in. Dat doen we dus zeker en genieten van de stad.

 

Dag 10

wordt een dagje Dublin. We kennen de stad een beetje en weten waar alles zo’n beetje ligt. Het ontbijt is uitstekend en ons eerste gang is naar O’Donoghue’s, de pub waar The Dubliners hun carrière begonnen. Mooi om te kunnen zien hoe men in deze kleine pub hun muziek ten gehore bracht. Ook nog even naar het standbeeld van Luke Kelly geweest, de kathedraal bezocht en natuurlijk niet te vergeten het standbeeld van ‘Molly Malone’. Voor mijzelf een belevenis omdat ik haar lied altijd bij ons shantykoor solo mag zingen. Dan naar het Natuurhistorisch Museum. Alleen de architectuur hier is al een openbaring. Prachtig. Ook was er de mogelijkheid om “The Book of Kells te bezoeken in de Trinity College Library in Dublin. Deze manuscripten werden door de monniken als eerste geschreven rond 800 na Christus. Per toerbeurt zijn deze manuscripten te bezichtigen. Zo vliegt een dag voorbij en zo is Dublin al gauw een herinnering. Met die herinneringen op zak gaan wij weer richting Nederland in de wetenschap dat wij een prachtige vakantie gehad hebben. Het vliegtuig brengt je binnen anderhalf uur weer op Schiphol en de auto naar je thuis. Ierland… volgend jaar weer.

(inmiddels is gebleken door het Coronavirus dat wij de vakantie 2020 hebben moeten afzeggen. De Antrim-Glens way zal nog even op ons moeten wachten).

 

Comments

comments